Kwetsbaarheid bij trainingsacteren

Of we even kunnen oefenen met het laten vallen van stiltes als een patient met kanker wordt overmand door verdriet…

De vraag komt van een oncologieverpleegkundige in opleiding tijdens een training over luistervaardigheden. Ik ben de trainingsacteur. 

Als trainingsacteur draai ik er mijn hand niet voor om stevig verdriet te spelen. Als het lukt om het geloofwaardig te doen, kan het deelnemers echt raken en de gelegenheid geven te oefenen met het verdragen van de heftige emotie van een ander. “We pakken het gesprek op op het moment dat Jeroen begint te huilen”, zegt de trainer. Doe maar even huilen Jeroen, zeg maar nu. Haha. Ik vind het een mooie uitdaging. Ik kan het niet instant, maar kan wel redelijk snel opbouwen in het spelen van verdriet. 

Acteren is echt doen onder verbeelde omstandigheden, dus ik verbeeld me hoe het zou zijn als ik te horen zou krijgen dat ik uitbehandeld zou zijn. Dat ik mijn kleinkinderen niet meer van school kan halen. Er niet meer voor mijn dochter kan zijn. Ik voel de kwetsbaarheid in mezelf naar boven komen.

Eén van de deelnemers maakt contact, geeft een reflectie en is empathisch bij me aanwezig. We ervaren de kracht van de stilte, zelfs in deze gespeelde situatie. Ze stelt me een mooie open vraag, ik geef antwoord. Op dat moment beginnen twee andere deelnemers te lachen. Ze proberen het in te houden, maar we zitten in een kleine ruimte met 8 mensen, dus het is duidelijk hoorbaar. Ik zit midden in het spel en voel me kwetsbaar zo midden in de groep.

Binnen een paar tellen schieten er meerdere gedachten door me heen:

  • “Hallo! Ik weet dat het spel is, maar gedraag je even professioneel ofzo. Ik speel een uitbehandelde patiënt!”
  • “Zou ik nu zo ongeloofwaardig verdrietig spelen dat het lachwekkend is? Wel gek, want het voelt niet alsof ik heel overdreven speel.”
  • “De trainer legt het spel niet stil, doe ik het zelf? Nee, ik zit er net in. Emotie vasthouden, negeer die twee, focus je op je gesprekspartner”

Ik besluit om, zo goed en kwaad als het kan, me niet te laten afleiden en met mijn aandacht bij mijn gesprekspartner te blijven. We maken het gesprek op een fijne manier af. Naderhand stel ik de vraag wat maakte dat de twee deelnemers nu zo aan het lachen maakte. Wat blijkt: ik zei in de rol van uitbehandelde patiënt dat “mijn familie maar een plekje in het hospice voor me heeft gereserveerd.” Dat vonden zij enorm grappig, omdat een hospice bijna altijd een wachtlijst heeft en er echt niet zomaar een plekje vrij was. Ik voel tegelijkertijd lichte irritatie en een beetje opluchting “dat het dus niet aan de kwaliteit van mijn spel lag”. Ik glimlach omdat het om zoiets kleins ging. Mijn gesprekspartner geeft nog even eerlijk en helder aan dat ze het storend vond dat haar collega’s moesten lachen, excuses worden aangeboden en alles is weer ok.

Achteraf bedenk ik nog eens wat een tof werk trainingsacteren eigenlijk is. En dat je ondanks dat een situatie gespeeld is, je toch kwetsbaarheid ‘in de ruimte’ kunt brengen met een spel als dit. En dat een deel van mij zich nu toch begint af te vragen waar de allesverhelderende eindconclusie van deze blogpost blijft. En dat ik dat maar even ga accepteren in de hoop dat het verhaal hierboven an sich interessant genoeg is geweest 🙂