Het Cadeautje (deel 3) – Pak het niet in!

De oefening
Hoe ging het ook alweer, die improvisatieoefening met die cadeautjes? Ik beeld uit dat ik iets in mijn handen heb en geef dat aan jou. Jij zegt “Dankjewel!” en benoemt meteen wat het is dat ik je heb gegeven. Ik kan van tevoren alleen maar bedenken hoe groot of zwaar het ding is dat ik uitbeeld. Het is aan jou om je eerste impuls te volgen en te beslissen wat het is dat je krijgt.

Wat soms gebeurt, is dat jij even niet weet wat je moet zeggen. Een sluiproute die ik vaak zie is dat je zegt: “Goh, wat een mooi pakketje, dat ga ik eens even uitpakken, zo ik haal nu het papier eraf, hey kijk er zit nog een laag papier onder, nou die moet er ook af hoor…”

Voor je het weet zijn we een paar minuten verder alleen maar om erachter te komen wat ik jou net heb gegeven. Op deze manier stel je het maken van een keuze uit. Je durft niet echt te benoemen wat je krijgt, omdat je origineel wil zijn en je je eerste impuls niet goed genoeg vindt. Alsof ‘een kartonnen doos’ per definitie minder geschikt is om te gebruiken in een scène dan een heel origineel idee! Als ik jou gewoon een baksteen geef, kunnen we een huis gaan bouwen en zien we wel waar de scène ons heen leidt. Dat is op zichzelf al waardevol – ook als er geen grote roze strik om de steen heen zit.

Als je het breder trekt is dit ook van toepassing op acteren in het algemeen. Wat is acteren? Echt doen onder verbeelde omstandigheden (zoals ik het heb geleerd van Meisner-leraar Paul Dekker). Dus niet doen alsof, niet illustreren dat je iets doet. Gewoon doen en meer niet! Je krijgt juist geloofwaardig spel door de simpele waarheid te laten zien.

Niet inpakken!
Ik vind het inpakken van het cadeautje ook een mooie metafoor voor iets wat we in het dagelijkse leven vaak doen. Dingen mooier maken in de hoop dat we het goed doen en daarvoor goedkeuring krijgen van anderen. Voorbeeldje: ik zat op de middelbare school in een toneelclubje en met dat clubje mochten we gebruikmaken van de aula. Nu vonden de conciërges dat vaak nogal een gedoe dus hadden we altijd toestemming nodig van een teamleider of docent. Nu herinner ik me heel goed dat we toestemming hadden van een docent, maar ik was onzeker of de conciërge van die dag dat genoeg zou vinden. Dus ik vertelde dat we ook toestemming hadden van de roostermaker. Bleek die man op dat moment aan het skiën in Oostenrijk. Oeps! Terwijl de toestemming van de ene docent al lang genoeg was geweest…

In het werkende leven kom ik het tegen als ik onzeker word als mensen vragen naar mijn achtergrond, mijn opleidingen en dergelijke. Vooral als dat te maken heeft met mijn kleine grote pijnpuntje: ik heb geen bachelordiploma van een toneelacademie of opleiding tot docent drama. Op de een of andere manier voel ik dan sterk de behoefte om heel erg uit te leggen welke opleidingen ik wel heb gedaan en wil ik meteen er bij uitleggen waarom dat samen met mijn ervaring echt wel gelijkwaardig is aan een regulier diploma. Terwijl de ander daar misschien nog helemaal niet mee bezig was en gewoon wilde horen wat mijn achtergrond is. Dus ik ben aan het oefenen om het gewoon te vertellen: ik heb rechten gestudeerd, een master in de rechtsgeschiedenis, daarna een jaar improvisatieacteren aan de Improacademie, daarna een training tot trainingsacteur. Punt. Niet mooier maken of afzwakken – de geïnteresseerde vragen komen toch wel!

Het gebeurt me nu bij het schrijven zelfs ook een beetje: ik hoor een kritisch stemmetje dat zich afvraagt of deze voorbeelden hierboven wel leuk genoeg zijn. Ik voel de neiging om een sprekender voorbeeld te bedenken. Juist, bedenken. Maar ja, dit zijn nou eenmaal mijn voorbeelden… zonder inpakpapier…

Etalage
Dus: wat te doen als je je cadeautjes niet meer inpakt? Accepteer dat een idee, een verhaal, een gebeurtenis is zoals die is. Accepteer wie jij bent en dat je zowel talenten en zwaktes hebt. Het is allemaal ok. En: ga op zoek naar een etalage voor jouw cadeautjes, met de juiste verlichting! Daarover in het volgende blogartikel meer!